Waarom we allemaal minder vlees moeten eten

De huidige vee-industrie is erop ingesteld om zoveel en zo goedkoop mogelijk vlees te produceren. Dit zorgt ervoor dat dieren in vaak erbarmelijke omstandigheden leven. Overvolle varkensstallen, kalfjes die nooit buiten komen en martelingen bij de slacht van kippen: het zijn slechts enkele voorbeelden van de manier waarop er in de vee-industrie met dieren wordt omgaan. Lezen over deze misstanden is confronterend, maar belangrijk. Want hoe meer we weten over de manier waarop vlees wordt geproduceerd, hoe bewuster we keuzes kunnen maken over onze consumptie hiervan.

Ellende vanaf de geboorte
Vanaf het moment dat een dier in de intensieve veehouderij geboren wordt, begint de ellende. Biggetjes komen, als gevolg van doorfokken, vaak ziek en zwak ter wereld. Als een biggetje binnen een paar dagen niet herstelt, wordt deze door de boer doodgeslagen tegen de muur. Zo’n 6 miljoen biggen sterven jaarlijks nog voordat ze naar de slacht gaan.

Andere dieren hebben het in de vee-industrie niet veel beter. Zo worden kalfjes na de geboorte direct weggehaald en krijgen ze geen moedermelk, wat vaak leidt tot ziektes. Vleeskalveren groeien op in kale stallen, op harde vloeren. Ze gaan tot het moment van hun slacht nooit naar buiten.

Geen ruimte voor natuurlijk gedrag
Dieren in de vee-industrie leven in krappe stallen, wat ervoor zorgt dat ze hun natuurlijke gedrag niet kunnen vertonen. Zo leven kippen het liefst in het bos, waar ze kunnen rondscharrelen en schuilen onder struikgewas. Maar in de vee-industrie delen ze met zo’n twintig andere kippen slechts één vierkante meter. Door ruimtegebrek kunnen ze geen stap verzetten en het doorfokken heeft geleid tot misvormde, kreupele dieren.

In stallen is er ook geen of ongeschikte afleiding, wat leidt tot verveling, agressie en stress. In de natuur is een varken bijvoorbeeld bezig met zoeken naar eten door te wroeten in de grond. In de vee-industrie is er echter geen stro of ander geschikt afleidingsmateriaal aanwezig. Varkens beginnen hierdoor te bijten in stangen of brengen elkaar verwondingen toe.  

Transport en slacht
Wanneer het tijd is voor de dieren om naar de slacht te gaan, worden ze op een lang transport gezet. Er is geen ruimte en door de stress beginnen dieren vaak te vechten. Als het in de zomer 30°C is, worden dieren nog steeds getransporteerd. Vaak is er op deze transporten geen water aanwezig.

Aangekomen bij het slachthuis houden de misstanden niet op. Verdoving bij de slacht zorgt vaak voor extra lijden. Zo worden varkens in een gaskamer met hoge concentraties CO2 gebracht, waar ze twintig seconden ademnood en doodsangst moeten uitstaan. Geregeld worden er hoogzwangere koeien naar de slacht gebracht, waarbij hun kalfjes in de buik sterven.
Bij het slachten van kippen wordt nog steeds door enkele slachthuizen gebruik gemaakt van een methode waarbij de dieren levend aan haken worden geslagen om vervolgens door een elektrisch waterbad te worden gehaald.

Wat te doen
De manier waarop dieren in de vee-industrie worden gehouden kan zo niet langer. Jaarlijks ondergaan miljoenen varkens, kippen en koeien een lijdensweg zodat wij vlees, zuivel en eieren kunnen eten. Om ervoor te zorgen dat deze industrie niet in stand blijft, is het van belang dat we met zijn allen minder vlees gaan eten. Dit kan door vlees uit je menu te schrappen of enkele dagen per week te kiezen voor een plantaardige vervanger. Wil je vlees toch niet helemaal laten staan? Gebruik dan de DierenwelzijnsCheck om te kiezen voor de meest diervriendelijke optie.